Aanpassen kost meer dan we denken
Diversiteit wordt vaak benaderd als iets zichtbaars: achtergrond, gender, cultuur of leeftijd. Maar wat minder zichtbaar is, is wat het mensen kost om zich aan te passen. Om ‘professioneel’ te blijven. Om niet te veel op te vallen. Om te voldoen aan wat impliciet de norm is.
Alkan weet uit eigen ervaring hoe dat voelt. Opgroeien met meerdere culturele achtergronden betekent continu aftasten: wanneer hoor ik erbij, en wanneer niet? Welke delen van mezelf zijn welkom, en welke kan ik beter inslikken? Die vragen verdwijnen niet vanzelf wanneer je volwassen wordt of succesvol bent. Ze verplaatsen zich naar de werkvloer.
De onzichtbare spanning in teams
Wat Alkan vaak terugziet in organisaties, is dat diversiteit wordt besproken zonder aandacht voor veiligheid. Terwijl juist daar de sleutel ligt. Zolang mensen zich niet veilig voelen om zichzelf te laten zien, blijft diversiteit iets wat je organiseert, in plaats van iets wat je ervaart.
Die onveiligheid uit zich niet altijd in grote conflicten. Vaak is ze subtiel:
mensen die minder spreken in vergaderingen, ideeën die niet gedeeld worden, humor die wordt ingeslikt, spanning die zich vastzet in het lichaam. Teams functioneren, maar onder hun potentieel.
Diversiteit begint van binnen
In zijn lezingen en workshops nodigt Alkan organisaties uit om diversiteit anders te benaderen. Niet als checklist of verplicht nummer, maar als een proces dat begint bij het individu. Wat gebeurt er in jou wanneer je je aanpast? Wanneer je spanning vasthoudt? Wanneer je jezelf kleiner maakt om erbij te horen?
Door deze vragen niet alleen te bespreken, maar ook te laten voelen, ontstaat een ander gesprek. Ademhaling en lichaamsbewustzijn spelen daarin een belangrijke rol. Ze maken zichtbaar waar spanning zit en waar ruimte ontstaat als die spanning mag zakken.
Van praten over inclusie naar het ervaren ervan
Wat het werk van Alkan onderscheidt, is dat hij diversiteit niet abstract maakt. Hij brengt het terug naar het menselijke niveau. Naar hoe het voelt om ruimte te krijgen. Of juist niet. Wanneer mensen die ervaring opdoen, verandert het gesprek vanzelf. Minder defensief. Minder theoretisch. Meer echt.
Diversiteit gaat dan niet langer over ‘de ander’, maar over ons allemaal. Over hoe veilig we ons voelen om aanwezig te zijn. En over wat er mogelijk wordt wanneer die veiligheid groeit.
Een andere basis voor samenwerking
Volgens Alkan is echte inclusie geen eindpunt, maar een continu proces. Een cultuur waarin mensen zichzelf niet hoeven in te houden, ontstaat niet door beleid alleen, maar door aandacht, bewustzijn en de bereidheid om te vertragen.
Misschien is dat wel de grootste misvatting rond diversiteit: dat het begint bij regels. Terwijl het in werkelijkheid begint bij ruimte. In het lichaam. In het gesprek. En uiteindelijk in hoe we met elkaar samenwerken.